Spacer voor 100 procent hoogte scherm
Voor minder hoogte kan het blok verwijderd worden

De thuisbatterij: het nieuwe goud voor de installateur?

 

Moet ik een thuisbatterij aanschaffen? Met het einde van de salderingsregeling in zicht hebben veel zonnepaneeleigenaren zich die vraag al gesteld. Voor de installateur ontstaat daarmee een nieuwe markt én een ander vak. Opwekking, opslag en verbruik worden aan elkaar gekoppeld tot één integraal systeem. En dat is meer dan alleen draadjes trekken.

Het aantal thuisbatterijen groeit in Nederland met duizenden per maand. Die worden grotendeels geplaatst bij huishoudens met een pv-installatie. Zij kunnen vanaf 1 januari 2027 niet meer salderen. Wie zijn opgewekte zonnestroom dan maximaal zelf verbruikt, haalt daar de meeste waarde uit. Daarin schuilt de grootste winst van een thuisbatterij, maar niet de enige.

Lucratief

Met een thuisbatterij en een dynamisch energiecontract is inspelen op de day-ahead-stroomprijs mogelijk: laden tijdens goedkope en ontladen tijdens dure kwartieren. Nog een verdienmodel is deelname aan de onbalanshandel, via zogenaamde aggregators. Dat is historisch gezien lucratief, maar die markt erodeert snel. Met opslag kunnen ook terugleverkosten worden ontlopen en injectiepieken worden afgevangen. Daarnaast groeit de vraag naar een batterij als noodstroomvoorziening.

Terugverdientijd

Er is veel gezegd en geschreven over het nut van een thuisbatterij, van 'niet doen' tot 'gemakkelijk geld verdienen'. Wat is waar? Vereniging Eigen Huis deed een jaar lang een test bij dertien huishoudens. Het eigen verbruik steeg gemiddeld met zo'n 30 procent. De terugverdientijd varieerde echter van 6,5 tot 22 jaar, veel langer dan de levensduur. Die spreiding hangt samen met verbruik, batterijcapaciteit en verdienmodellen. Optimaal rendement realiseren is dus maatwerk: de werkelijke klantbehoefte achterhalen en het vermogen, de grootte en functionaliteit daarop afstemmen, uitgaande van het energieprofiel van nu én straks.

Thuisbatterij

Thuisbatterij

Meterkast

Wie een thuisbatterij plaatst, komt doorgaans bij een pv-eigenaar terecht. Voldoet de huidige omvormer, of is één hybride exemplaar beter en welke is dan de juiste keuze? Dat is onder andere afhankelijk van de stringspanning en het vermogen van de zonnepanelen. Ook de meterkast vraagt aandacht. Die is vaak niet ontworpen voor een integraal energiesysteem waarbij meer stroom in diverse richtingen beweegt. Een batterij vraagt een eigen eindgroep. Wil de klant noodstroom, dan kan een flinke verbouwing van de meterkast nodig zijn.

Lock-in

De thuisbatterij voegt een nieuwe dimensie toe aan het elektrotechnische installatievak: de softwarematige aansturing. Wie beslist wanneer er wordt geladen en geleverd? Dat kan een energieleverancier of aggregator zijn die op afstand handelt. Het huishouden kan ook zelf een energiemanagementsysteem (EMS) inzetten. Een paar belangrijke overwegingen: kan dat overweg met alles wat er staat: de zonnepanelen, batterij, laadpaal en warmtepomp? Wat zijn de (abonnements)kosten en wat betekenen die voor het rendement? Bij sommige aanbieders is sprake van lock-in: een koppeling tussen batterij, energiecontract en sturing. Is dat gewenst?

Meer ruimte

De NEN 1010 zegt weinig over het veilig plaatsen van batterijen. Dat verandert, maar op zijn vroegst in 2029. Wel wordt vanaf volgend jaar in het Besluit bouwwerken leefomgeving verwezen naar de editie van 2020. Die heeft een nieuw hoofdstuk over systeemintegratie, onder meer met het oog op het voorkomen van overspanning. Daarnaast beweegt deze norm van regels richting doelen. Zo moest een gebouw met één druk op de knop spanningsloos kunnen worden gemaakt. Met meerdere voedingsbronnen is dat niet eenvoudig. Een veilige oplossing is nu aan de installateur. Meer ruimte dus, maar ook meer verantwoordelijkheid.

Eerst klantbehoefte achterhalen, daarna het vermogen van de batterij erop afstemmen

Brandveiligheid

Relevante bepalingen aangaande de thuisbatterij beperken zich niet tot de NEN 1010. Zo zegt de NEN-EN-IEC 61439 dat wie het groepenkastontwerp wijzigt, als paneelbouwer wordt aangemerkt. Gaat er iets mis, dan is die juridisch aansprakelijk. Daarnaast zijn er productnormen. De handleiding is leidend, al is nadenken altijd geboden. Buitenlandse fabrikanten volgen wat in de NEN 1010 staat bijvoorbeeld niet altijd. Daarnaast is er PGS 37-1, gericht op lithiumhoudende opslagsystemen vanaf 20 kilowattuur. Die wordt door veel verzekeraars gehanteerd en biedt onder meer richtlijnen voor opstelling, ventilatie en brandveiligheid. De meeste thuisbatterijen blijven onder die capaciteitsgrens, maar niet allemaal.

Brede zorg

Sunergy Research schat op basis van doorlopend onderzoek in dat de plug-inbatterij al zo'n 50 procent van de markt heeft veroverd. Steek die in een stopcontact en hij werkt. De mogelijkheden zijn beperkter dan die van een reguliere thuisbatterij: minder vermogen, capaciteit en functionaliteit. Daarmee is het geen installateursproduct, of toch wel? De vraag is groot. Ze kunnen een goedkope oplossing voor kleine energiehuishoudens zijn. Gebruikersgedrag is echter een brede zorg. Zomaar inpluggen op een groep of systemen stapelen is risicovol. Dat geldt tevens voor het vermogen opplussen naar 2.500 watt of meer, wat bij steeds meer producten mogelijk is. Deze batterijen horen tevens niet in een vluchtweg. Een installateur kan op dit vlak adviseren. Ook dit tekent de stormachtige ontwikkeling van de residentiële batterijenmarkt. Die biedt grote kansen, maar vereist nieuwe kennis, vaardigheden en een heldere bedrijfsstrategie.